Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN.

"5

dat hunne Gezanten , uit vreeze van ondank , de kwaaien niet zo naakt, als de zaak vereischte , in Engeland zouden voordraagen. Oude en nieuwe klagten vulden deeze regtrnaaiige beantwoording der fchampere verwijten, door de Koningin den Afgevaardigden gedaan. Thomas Wilkes , de Engelfche Raadsheer van Staate, prees doezen Brief, en zondt 'er een affchrifc van aan den Grootfchatmeefter van Engeland, een Man van kloek vernuft en groote ervaarenisfe, waarom diens raad zo veel op de Koningin vermogt, dat tusfehen hem en Leicester bittere nijd blaakte. Leicestee hieldt zich grootlijks door dit fchrijven verongelijkt, en Elizabeth nam het euvel op. 'Er werd zorggedraagen, om afdrukken van deezen Brief door de Nederlanden te verfpreiden, om het Volk in den waan te brengen , dat de Staaten niets anders zogten, dan de Koningin en Leicester van deeze Gewesten afkeerig temaaken, en zelve den klem der Regeeringe in handen te houden. Dit flaagde bij Lieden , gewoon fteeds het flegtfte van hunne Overheden te vermoeden. Menfchen van meer doorzigts en rechtfehaape Vaderlanders leerden 'er Leicester , en allen , die in zijne maatregelen traden , te beter uit kennen (*).

De Staaten gingen op denzeltden voet voort, en, de tijd van de veranderinge derLeden des Raads van Staate gekomen zijnde, zuiverden zij dien van Leices-

(*) Hoofdt , II. D. bl. 1133 enz. Caballa »r My/leries of State, P. II. p. 5.

H a

MAÜRltfc

Sluiten