Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 119

Staaten voortaan in 'j Graavenhaage te houden (*), en beraamden het aanleggen eener Bijéénkomst binnen Utrecht , waar ook de Staaten van Gelderland en Overijsfel verzogt werden hunne Gemagtigden te zenden : die van Holland en Zeeland nooóigitn men desgelijks uit; doch deezen zonden den Brief aan de Algemeene Staaten. Zeer groot was de verbaasdheid daar over, en niet minder de verontwaardiging. Zij gaven ten antwoord, „ dat men , vol„ gens wettige gewoonte , 't geen bij eenig Land„ fchap of Stad verftaan werd den Bondgenootfchap„ pe oirbaar te weezen, in hunne Vergadering mogt „ voordraagen, zonder het fpoor der Waaien te vol„ gen , die , met bun raadflaan op zichzelven , de „ eerfle ontleding der Landfchappen hadden veroor„ zaakt." De Utrechtfche Vroedfchap , geraakt door dit fchrijven, liet een Brief afgaan aan de Wethouders, Vroedfchappen, Burgerhopluiden en goede Gemeenten der Steden van Holland en Zeeland, opgevuld met fmaadredenen over het gedrag der Staaten dier beide Gewesten, en ingerigt, om het zaad van oproer te zaaijen. Deeze bleef niet onbeantwoord: en, in dit herfchrijven, door den druk gemeen gemaakt, werd het bedrijf der Utrechtfche Regeeringe voor wetteloos verklaard : men ondekte 'er Leicesters vreemde gangen , onder anderen meldende , hoe eenige Overften van Hollandfche Grens-

ves-

(*) P. Pauluï Vtrkl. der Unie , III. D. bl. 30.

H4

MAURirr.

f

Sluiten