Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 127

kragtigen; dat men aan Papisten , Wedei doopers ,en veele andere Se&en , te veel vrijheids liet; dat de Hervormden maar weinig Kinderen ten doop kreegen; dat men Lieden gedoogde , die niet in Jesus Christus geloofden ; dat het doen van afgodifche Ommegangen en Bedevaarten , het uitgeeven van Boeken, die het Christlijk Geloof en hun Catechismus beftreeden, niet belet wierd. De Gemagtigden beantwoordden deeze bezwaarenmet gemaatigdheid, doch voeglijken ernst: aantoonende, hoe gevaarlijk de Onverdraagzaamheid was in een Land, waar het getal der genen , die van de aangenomene Geloofsbelijdenisfe verfchilden , grooter was dan dat der Voorftanderen : hoe veel reden zij hadden, om God te danken, dat de hunne alleen de heerfchende was in den Staat. Doch de waarheid deezer gegronde aanmerkingen hadt geen vat op hunne vooringenomene gemoederen. Zij vertrókken , naa verklaard te hebben, dat zij 'er eenigen zouden uitmaaken , om breeder gehoor bij de Staaten te verzoeken (*).

Terwijl de Staaten dus beurtlings den weg van gezag en zagtheid infloegen , om deeze heillooze verdeeldheden te doen bedaaren , liet Leicester niets ongemoeid, om de verwijdering te vergrooten. Brief op Brief vaardigde hij af aan Wethouders, Amptenaars, Predikanten en bijzondere Perfoonen, die hij wist, dat zijne Partij begunstigden. Dan de

hef.

C) Hoofot, II. D. bl. 1145. 1154. Bor, XXII. B. bl. 88. Brasbt Ref. I. D. bl. 726.

Maurits.

Sluiten