Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER NEDERLANDEN. 13J

brek aan Volk , hem toegezegd , moest hij 'er van afzien : dit was Leicestees Aanhang te wijten; één van denzelven hadt zich te Utrecht laten ontvallen : 'jEV was genoeg in voorzien , dat de Graaf van

Hohenlo niets verrigten zou. Leicester,

den zesden van Hooimaand, in Zeeland gekomen, vertoonde zich, eerlang, met eene wakkere Scheepsvloot voor het Sluisfche Gat; doch keerde , zonder iets uittevoeren, na Oofiende , van waar hij uitgezeild was, te rugge, de fchuld zijner vrugtloozeonderneeminge op de Staaten en derzelver Amptenaaren fchuivende, die hem van geld en volk onvoorzien gelaaten hadden. Sluis moest , eindelijk , na betoonde wonderen van dapperen wederftand , bukken , en daadigde met Parma. Leicester

vorderde de Hoofden der Bezettinge rede van de overgaave af, poogende zijn eigen verzuim te vergoelijken , door de fchuld anderen aantewrijven. Zij verdeedigden hun gehouden gedrag , en klaagden over de Bevelhebbers der Vloote , die vloed , wind en weêr mede gehad hadden, om tot ontzet der Stad te naderen (*).

De wederzijdfche verbittering Was te groot, om i eenigen tijd gefmoord te worden. Nauwlijks ver- j fcheen Leicester weder in de Nederlanden , of de : Staaten lagen alle hunne bezwaaren voor hem open. e Hij ontfchuldigde zich door tegenbefchuldigingen, t klaagde over Prins Maurits , Graaf Willem van

Nas-

(*) Hoofdt, II. D. bl, 11 ét enz.

I a

MauxitsV

riet ge-" chil tuschen de itaaten n LeiesterijgelegA

Sluiten