Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 175

De Soldaaten, geneegen en gereed om allen te veragten, die niet tot het Krijgsweezen behooren, zijn op een Hoofd gefield, 't welk hunnen rang vereert, door 'er in te deelen, onder welks oog zij gevaaren kunnen tarten , en na roem ftreeven. Dus hadden, van den aanvang der Omwentelinge af, de Bondgenoten altoos een Opperhoofd gehad, wiens magt, ten aanzien van de Krijgszaaken , bijkans onbepaald was. Doch na de onéénigheden met Leicester fcheenen de Staaten zo vast beflooten te hebben, geen Hoofd, geen Oppermagt aan te ilellen, dat'er onder de Krijgslieden een hooggaand misnoegen ontftondt. Zij zouden natuurlijk het oog geflaagen hebben op Prins Maurits, indien deeze de Partij der Staaten niet gekoozen hadt, en zijne jeugdige jaaren dat vertrouwen niet verminderd hadden, 't welk hij welhaast, zijne bekwaamheden beter bekend wordende , zo volkomen verdiende.

De Krijgsknegten morden over het vertrek van Leicester, en koesterden eenen afkeer, met veragting vermengd, van eene llegeeringsvorm zonder Opperhoofd. Onkundig en driftig, konden zij niet gelooven, dat eene Partij, begunstigd door de Bedienaaren van den Godsdienst, het verkeerde zou voor hebben, en maakten zich diets, dat deeze, door het Volk onderfteund, in haare oogmerken zou flaagen. Eliza< beth en Leicester kweekten dit zaad vari wreeve en misnoegdheid, door Brieven en den arbeid hunnei Gunftelingen (*). De Koningin van Engeland hoop

ti

(«) Reyd, VU. 8. bl. 138.

Maurits.

Zij worden hier toe door

LeicestersAanhang opgezet.

Sluiten