Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beb. NEDERLANDEN. W

ónverzoenlijken haat gezwooren hadt, vervoegden zich bij de Bezetting. De Soldaaten van Schenk , door de menigte overmand , moeiten wijken. Hij wilde ze aanmoedigen; doch werd onder devlugtenden voortgefleept, en ter poorte uitgedrongen. Hier zogt elk lijfberging in de Schepen en Pleicen ; maar de fterke ftroom hadt een gedeelte voorbij de Stad doen drijven: in de overgebleevene wierpen zij zich in zulk eene menigte, dat eenige omfloegen, of zonken. Schenk zelve, die, zwaargewapend, in eene Schuit gefprongen was, kon zich , bij 't zinken

van dezelve, niet redden, en liet'er hetleeven.

Zo deerlijk een uiteinde hadt, in het veertigfte jaai zijns ouderdoms , een Man , die van de laagfte Krijgsdiensten tot Veldheer opgeklommen , dooi Leicester tot Ridder geflaagen, en, beurtlings. de fchrik was der Bondgenooten en der Spanjaarden Hij voerde den Krijg op eene woeste wijze, zich aar geene Wet bindende , vriend en vijand even mir ontziende. Bemind was hij bij zijne Soldaaten, ge haat bij 't Volk en de Opperhoofden, en vreeset voor den Vijand. Hij bezat alle hoedanigheden, noodig om iet hachlijks te beftaan: aan beleid ha perde het hem menigmaalen ; zijne ftoutmoedigheft liep zijne voorzigtigheid voorbij, en hij werd 'er hei flachtöffer van. Zijn dood kon den haat der Nieuw wegeren tegen hem niet Billen. Zij vischten het lijï op, en Helden het Hoofd en 't gevierendeeld Li chaam op en omtrent de St. Anthonis Poort ten toon Dit duurde kort, dewijl zijne Soldaaten op de Nieuw N. % 484

Maurits.

1

Sluiten