Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek NEDERLANDEN, iit

ken het Gemeenebest uit eene Verbintenis met dien Vorst zou trekken , indien hij den Throon , hem van ragtswege toekomenden, beklom , leenden zij Hendrik den IV. denigdm'zend Kroonen, en hij volhardde met zich uit deeze Landen van Krijgs en

Mondbehoeften te voorzien (_"). Ttn zelfden

tijde fchikten de Staaten aanmerkelijke GeldP>mmen toe aan de Inwoonderen vart Gerieve, door den Het. tog van Savoije belegerd (f) ; doch het oog hunner aandagt was voornaamlijk op Frankrijk gevestigd. Hadt Philips zich meefter gemaakt van een Koningrijk , 't welk Spanje van de Nederlanden affcheidde, \ zou hem ligt gevallen hebben, het klein Gemeenebest , 't wtlk zich in een hoekje van Europa vormi de, te verple.ien.

Gelukkig voor dit Gemeenebeste, konden de Spanjaarden het Bontgenootfchap in Frankrijk geene hulpe toefchikken, zonder zich, in de Nederlanden, te verzwakken. De Prins van Parma, alle de gevolgen deezer afwendinge voorziende , zogt Philips overtehaalen , om de Franfchen onderling te laaren woelen , en zich alleen toeteleggen op de volflaage vernieeftering der Nederlanden ; maar hij kon een Vorst, door halftarrigheid van characteren verkleefdheid aan zijn gevormd ftelzel van Staatzugt, aan zijne

(?) Refol. Hol!. 1580. bl. 575. 612. 624. 627. 629. Êor , XXV. B. bl. 53.

(t) Refil. Holl. js'ig. bl. 773. en 1590. bl. 163.348, 414.

O a

Maurus»

Parma trekt na Frank• rijk.

1500.

Sluiten