Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toER NEDERLANDEN. aiS

gebleevenen waren in genoegzaamen getale, om den Befpringeren fpits te bieden; doch , door fchrik bevangen, namen zij de vlagt : en de Burgers, dreigende het Kafteel in te ftorten, werden doorhet Volk van Hekaugiere afgekeerd.

Prins Maurits en de Graaf van Hohenlo , niet verre van Breda gelegerd , kreegen terftond kundfchap van het gelukken des aanflags, en rukten met een gedeelte des Legers aan : de Stad kogt de plundering af, en Maurits deedt eene flaatlijke intreede in zijn Vaderlijk Erfgoed. Allen , die deel gehad hadden in deeze Boute onderneeming , werden rijklijk beloond. Heraugiere kreeg het Bevelhouderfchap over de Stad. Oldenbarneveld , die het zijne ter bevordering van den welgelukten aanfiag hadt toegebragt, kreeg een fchoonen vergulden Kop, op welken de ganfche gefchiedenis kunstig gedreeven was. Kort hier op , vereerden de Staaten van Holland hem eenen anderen, ter waarde van zeshonderd Guldens, bij gelegenheid van de geboorte zijns Zoons Willem, over wiens Doop zij geftaan hadden, en dien zij met eene Lijfrente van tweehonderd Guldens 's jaars begiftigden (*).

Maar de Hertog van Parma , verftoord wegen: de agtloosheid en lafhartigheid der Itaüaanfche Sol daaten, zijne Landgenooten, aan wier zorge hij d< verdeediging van Breda hadt aanbevolen , beval di

ge

(*) Reyd, VIII. B. bl. 16a. Bor , XXVII. B. bl 22-25. Refol. Holl. 1590. bl. 308. 470. 471.

O 4

Maurits,

i I

l Vermee(leringenvan Mau-

; rits.

Sluiten