Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fiÏAURITS.

268 GESCHIEDENIS

gen zij niet, dat zij, om verlost te worden van eene bepaalde beheerfching , welker dwinglandij niet altoos kon duuren , zich eene menigte van Heeren gegeeven hadden, bekleed met een veel uitgeftrekter gezag. Want het gezag, 't geen deeze nieuwe Opperhoofden zints lang voerden, veréénigde zich met dat van den ouden Landheer en dat der Burgeren van eenige Steden, die toen, op veele plaatzen, hetaandeel des beltuurs, 't welk zij behouden hadden, of begonnen wedertekrijgen , verlooren. De Staaten der Landfehappen, of liever de Wethouderfchappen der Sieden , zouden de Oppermogenheid ten vollen en in alle opzigten bezeten hebben, indien het Bondgenootfchap hunne magt,in veele weezenlijkeopzigten , niet bepaald hadt, en ware de Regeering der voornaamllen niet gemaatigd geworden door de magt der Stadhouderen , en langen tijd vermomd gebleeven onder de verwagting van een nieuw Oppervorst. Ondertu.-fchen veranderde een gedeelte van 't geen nog van de Volksregeering was overgebleeven,in eene Regeering der Voornaamften : en misfehien was het de fmert, van zo veel niet gewonnen te hebben , als men van de Omwenteling verhoopte , één der hoofdredenen, welken het meerendeel des Volks aanzetten , om zo lang de heerschzugt van Koningin Elizabeth te begunstigen.

Het vervolg der Gefchiedenisfe zal ons toonen, dat deeze naijver nooit verdoofd is, dat men hetjuk van de Regetring der Voornaamften altocs met ongeduld gedraagen heeft; als mede , dat men aan die

geest-

Sluiten