Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAURITS.

Zij zijn gc\ n Sou» vera'ir; in de bijzondere Provinciën.

Ï7S GESCHIEDENIS

ne Bondgenootfchap is opgedraagen , geagt met worden aan ieder Gewest verbleeven te zijn (*).

't Is beweezen, dat de Algemeene Staaten, in den aanvang der Omwentelinge , nooit gedae;t hebben, en nooit hebben kunnen denken , dat de Oppermogenheid der Feréénigde Landfehappen in hun huisvestte (f). Men moet bekennen, dac, in tijden van gevaar en onlusten , de onderfcheide Landfehappen, meer bekommerd over het algemeen dan hun bijzonder belang ; min gefield op elks bijzondere onafhanglijkheid , dan volijverig ten algemeenen beste, meer magts aan het middelpunt der Vereemg'rage afftonden. Maar dit middelpunt der Verééniginge was, ftaande de Regeering van Willem den I, in twee der voornaamfte Landfehappen, met het Hoogiie Gezag bekleed , en in de anderen van eenen zeer grooten invioed , niet Oppermagtig. Iirj kon., met al zijn gezag en verhand, geene volkomene eeitftemmigheid onder de Staaten bewerken : en niet nalaaten deeze merkwaardige betuiging te doen, dat de Afgevaardigden ter Vergaderinge meer dienden, om de Provinciën , als Procureurs en Advokaaten hunner Lastgeeveren en Meefteren, te vcrontfchuldigen, dan om het gemeene welzijn te bevorderen (§). Is het waarfchijnüjk , dat een Lichaam, 't welk niet altoos vergaderd was, en welks Leden alleen met bijzondere!!

(*) F. Paulüs Verkl. der Unie, III. D. bl. Coa

(f) Zie hier boven, dit Deel, bl. 63.

(§) Refel. der Atgem. Staaten 24. Nov. 1571*

Sluiten