Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits.

i

. 3

30c GESCHIEDENIS

dat deeze Wet aan 't zelve een zeer groot nadeel zou berokkenen, en heeft dit altoos geweigerd, zich daar aan te onderwerpen (*).

Ten vijfden- Wordt den Algemeenen Staaten het regt ontzegd, om te weeren, dat geen bijzonder Gewest, zonder gemeene toeftemming, Belastingen oplegt, of één der Bondgenooten hooger bezwaard dan zijne Ingezetenen (f).

Ten zesden. Men vindt 'er , die de Algemeene Staaten,'benevens den Raad van Staate , volBrekte befchikking over het Krijgsvolk en de zaaken des Oorlogs betwisten. Zij beweeren, dat de Afgevaardigden ter Algemeene Staatsvergaderinge , in die gevallen, nieuwe bevelen van hunne Lastgeevers moeten hebben. En houden, in gevolge hier van, het daarvoor, dat de Krijgslieden alleen aangenomen zijn voor één jaar: ten einde van 't welke alle de Gewesten ze kan aanhouden of afdanken. Dus zouden ze tot de bijzondere Gewesten , en niet van het Bondgenootfchap in 't algemeen afhangen (§).

Ten zevenden. Ontzeggen zommigen den Algemeenen Staaten het regt, om, zonder des geregtigd te ïijn door Partijen, de verfchillen, in één en'tzelfde Gewest gereezen, te beflisfen (**).

Ten

(«) P. Paulus Ferkl. der Unie, II. D. bl. 215. 227. (t) Zie aldaar, III. D. bl. 2.

(§) Zie aldaar, II. D. bl. 167-169. en III. D. bl. 58.. 134- 139-

(**) Zie aldaar, II. D.bl.273.2«o. Aanmerk, bl. 87, Jynkersh, Qua/I. Jur. Puil. p. 361.

Sluiten