Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 303

dat een Uitfteekend Hoofd onfchatbaare voordeden aan de Staatsgefteltenisfe toebrengt , fchroomen niet te verklaaren , dat een Stadhouder bijzondere Inzigten kan hebben , ftrijdig met het algemeen belang. Een Stadhouder zou, door beweegreden van zijn eigen geluk, roem en grootheid ontleend, die aan den voorfpoed des Gemeenebests verknogt zijn , in gevolge van de kundigheden , welken zijn ftand hem fchenkt van den toelland der onderfcheidene Gewesten, uit kragte van het vertrouwen, 't welk zij natuurlijk in hem (tellen , als mede van het gewigt, 't geen zijne Waardigheid aan zijne beflisüngen bijzet; althans , indien men hem eenige Zegsmannen toevoegde, beter, dan iemand anders, in ftaat weezen, om de plaats van Scheidsman te bekleeden. Dan zommigen houden (taande, dat het gevaarlijk zou weezen, hem alleen dat gewigtig regt toe te vertrouwen. Hij kan, huns oordeels, reden hebben , om het eene Gewest boven het andere te begunftigen. Hij is, gelijk een ander mensch , blootgefteld aan misvattingen. Geene , dan de laagkruipendfte vleierij, kan beweeren , dat zijn hooge rang hem weetenfchap inftort. Eene juiste en grondige kennis van de belangen der bijzondere Gewesten vordert niet alleen eene groote maate van fchranderheid , maar tevens meer blokkens, dan men verwagten kan van iemand , die zo veele andwe zeer gewigtige zaaken in handen heeft. De kundigheden van Overheidsperfoonen, in 's Lands Gefchiedenisfen en belangen bedreeven , zijn hem noodzaaklijk. En, bezat hij

het

Maurits.

Sluiten