Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits.

De Staaten wor • den verzegt , over den Doop des jongen Prinfen van Schotland te liaan, en doen zulks.

*m-

i

\

$18 GESCHIEDENIS

peren van 't Gemeenebest der Nederlanden wel zou gelukken : veelen fmoorden, uit vrees van Spanje1 s ongenoegen zich op den halze te zullen laaden , de hartlijke wenfchen ten hunnen beste in den boezem. Maar , toen zij zagen , dat de krijgskans zich ten voordeele van de Bondgenooten verklaarde , en 't Gemeenebest een vasten grondflag kreeg , zogten zij Verbintenisfen met hetzelve aantegaan. Jacobus de VI, Koning van Schotland, was toen bezig met de Catholijke Heeren , zijne Onderdaanen , door de kunstflreeken en 't Geld des Konings van Spanje tegen hem opgehitst, tot reden te brengen (*). Zijne zaak was dus aan die der Feréénigde Gewesten verbonden, en de vriendfehap van dezelven werd gezogt door dien Vorst. Om hun te winnen, en allen vermeden eener heimlijke begunstiginge des Roomfchen Godsdiensts, welk's Aanhangers zijne MoeIer als eene Maitelaaresfe belchouwden , te verbannen, verzogt hij de Staaten, om, met de Koningen /an Frankrijk en Deenemarken , over den Doop te laan van den vermoedelijken Erfgenaam, weiken zijne Egtgenoote hem gebaard hadt. De Staaten,

nog meer geftreeld door eene onderfcheiding , welke hun met Gekroonde Hoofden in gelijken rang Belde, dan door het vooruitzigt op de voordeden eener Verbintenisfe, met Schotland te wagten, zogten aan dit verzoek op eene luifterrijke wijze te voldoen. Zij

fchon.

(*) Robertson, Gefchledenis van Schotland , III. D,

i, 144.

Sluiten