Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 319

fchonken den jongen Vorst, tot eene Pillegave, twee Gouden Koppen , nevens een Lijfrente - Brief van vijfduizend Guldens, liggende in eene Gouden Doos. Het Gezantfchap , beftemd , om deeze Gefchenken overteleveren, beBondt uit veele voornaameEdelen: het vernieuwde en bevestigde de oude Verbonden van vriendfchap tusfehen Schotland en de Feréénigde Gewesten (*).

Maar, wanneer de Afgezanten , op hunne terugreize door Engeland, Elizabeth gingen begroeten , werden zij zeer onvriendelijk ontvangen. Schoon zij hun niet met ronde woorden verklaarde, dat zij niet zonder ongenoegen en jalouzij de voorbaarige gereedheid zag der Feréénigde Gewesten, om de gunst te verwerven van een Vorst, dien zij haatte als haar Erfgenaam en den Zoon van Maria, ontdekte de drift, welke in haare taal doorllraalde , genoegzaam de gevoelens van haar hart. Zij voerde hun te gemoet, dat het niet voegde aan een Volk, 't geen enkel beflond door hulp en onderfteuning van Vreemden , in pragt de grootfte Mogenheden te boven te willen Breeven: dat de Staaten, vermogend genoeg, om zulke Gefchenken te doen, naar alle reden haar de opgefchooten Gelden behoorden te betaalen. Zelfs verklaarde zij, indien de Staaten met de betaaling draalden , te zullen verdraagen met Spanje, wiens vijandfehap zij verwekt, en dus haare Landen

en

(»} Bor , XXX. B. bl. 40. XXXI. B. bi. 36. 52. en Refol. Holl. 1594. bl. 198. 288. 300. 457, 498. A a

Maurits.

Elizabeth des misnoegd.

Sluiten