Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kYlAURITS..'

Raads-

pleeging des Aardshertogstot den Vrede.

I595-

Aanfpra des Her togs va: Aarschot.

322 GESCHIEDENIS

?, men, indien hij geen Spanjaard was." De haat der Spaanfche Nederlanden blaakte tegen de Spanjaarden nooit fterker dan in deeze dagen (*)■

De Aardshertog Ernst kou niet onkundig weezen van deeze, den Koning ongunstige, gefteltenisiè: dan de proeven, welken hij nam, om'er de uitwerkzels van te voorkomen , weezen uit, dat bet kwaad veel grooter was, dan hij geloofd hadt. Hij riep de Staaten te Brusfel zamen , en , zich verbeeldende, niets van 't Volk te weezen te hebben , als hij den Adel en dc Gecstlijkheid op zijne zijde hadt, liet hij het bij deeze twee Leden der Staaten blijven. De eerfte zitting fleet men met Pligtpleegingen , aan de Duitfche Heven gebruiklijk. Dewijl hij geenzinsbemind was, bleef men niet in gebreke, om hier over te vallen, en de Hertog van Aarschot verklaarde, lachende, „ dat men op zijnHoogduitsqh gehandeld „ hadt, waar men, op ftaatlijkeVergaderingen,den „ eerfren dag doorbragt met welkomheeten, zonder „ iets anders te doen , al zou het een Koningrijk „ gelden." 's Anderendaags, deedt deeze Hertog, één der aanzienlijkften van den Nederlandfchen Adel, eene aanfpraak , de oude Nederlandfche Vrijaf heid ademende : „ Voorheen," was zijne taal, ■ • „ hadden wij deel aan alle de onderneemingen onzer 1 „ Vorften; degevaaren, de moeilijkheden des Oor„ loss, onze Krijgsverrigtingen , onze regenlieden _ zelfs , zijn altoos fpreekende gedenkftukken van

oa-

C) Reyd , XI. B. bl. 242.

Sluiten