Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek NEDERLANDEN. 323

5, onzen onbezweeken ijver ten hunnen voordeele. „ Ondertusfchen leeven wij alleen, om ten prooi te „ ltrekken aan onuitooghjke rampen en vernederendfte

mishandelingen. Wij zijn, zegt men, ingewik„ keld in een Burgerlijken Oorlog , en nogthans „ hebben wy 'er geen deel in, wij niet, maar vreern„ den Brijden. is 't nu tijd, om van Vrede tefpree„ ken ? Deeze hadt reeds lang bezorgd moeten „ worden, toen, 't geen wij nu misfen, nogbehou»

den was; toen onze Steden niet verbrand , onze „ Landen niet verwoest waren. Zullen wij . tegen „ Frankrijk optrekken ? Worden wij dan niet ge„ dreigd door de Bondgen >ofen ? Maar zij doen „aanbiedingen van Vrede, zelfs door ramp gedrukt, „ en , door de onze niet verligt, haaken zij 'er na ,

en eifchen, 0*1 'er toe te komen, het vertrek dier „ vreemde Knegten , hun fchrik , en onze ge^sle'. „ Vraagt de ingezetenen van Henegouwen en Artois } ,, zij zullen u verkiaaren, dat de. Franfchen hun wel „ iets afgenomen, maar dat de Spanjaarden , door „ hi nne onverzaadeltjke greet.gheid , alles verflon„ den hebben. Men zou bijkans zeggen , dat die ,, beide Volken, anders zo tegen elkander overge„ Beid, zamenfpaimen tot ons verderf. Dan het

is onslot, niet alleen door de Spanjaarden uit„ gezoogen te worden ; om onze vernedering te

voltooijen, moeten zij alleen over ons heerfchen; „ als of het Vaderland niet langer Mannen voort,, bragt, in Baat, om het bewind te voeren. Hoe

lang zal onze lafhartige verdraagzaamheid deBout A 4 » hei|

Mauritï.

Sluiten