Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 325

gelukkig dagt men, zich niet genoeg te kunnen verhaten op de Regeering der Feréénigde Gewesten, verdeeld onder een zo groot getal Leden : men verbeeldde zich , dat het ontbrak aan een Man , die, gelijk Willem de I, alleen het geheim der onderhandelinge wist, en het Staatkundig beftuur van zaaken in handen hadt. De vrees, dat de onderhandeling zou uitlekken, woog zwaarder dan de begeerte, om een haatlijk juk aftewerpen.

Te gemaldijker zou deeze omwenteling hebben kunnen toegaan, dewijl het antwoord des Aardshertogs geenzins voldeedt aan Aarschox , uit wiens mond zijne Landsgenooten gefproken hadden. De Aardshertog bezat weinig bekwaamheden , en voldeedt niet aan de verwagting , van hem opgevat : zijn fchieüjke dood , middelerwijle voorvallende , ftelde den Graaf van Fuentes, doorhem, bij voorraad, tot Opvolger benoemd , en , vervolgens, door den Koning bevestigd , aan 't hoofd der Landvoogdije: dit deedt het misnoegen nog hooger klimm.n. De Grooten , zich , meer en m°er , van de Regeering verwijderd ziende, voeren heftig uit tegen den Graaf,, dien zij, voorheen, met een jalours oog en vol verdriet aanfchouwden. Men verklaarde openlijk , dat de Nederlanders wel Onderdaanen des Konings van Spanje waren , doch niet van de Spanjaarden ; dat zij, naa ten fpeelbal verftrekt te hebben van een'Ai.va, een' Requesens en een' Rooa , door den Koning verweezen fcheenen tot eene eeuwigduurende flaavernij, vermids hij, op nieuw , hunne PerfoaA $ nena

Maurits.

De Aards«

hertcr, derft, en wor ~p-

gevol.d> door den Graaf van Fuentes»

Sluiten