Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 337

gevaar afreweeren, door hun tot Middelaars te neemen. De Staaten, de Afgevaardigden van wederzijden gehoord hebbende ,~beraamden een Verdrag, 't welk , zonder de Godsdienstige Vrijheden der Stedelingen te verkorten, de regten van den Graaf ongefchonden liet. Maar dit Verdrag nam den grond des ongenoegens niet weg: 't welk weder opborrelde, en, gelijk wij, vervolgens, nader zullen zien, den Staaten gelegenheid gaf, Befchermheeren van Embden te worden, en 'er Bezetting te leggen (*).

't Is waar, de geestneigiug der Gemeenebesten is die van Vrede en Gemaatigdheid : doch, wanneer de gelegenheden , om zich te vergrooten , voorkomen, laaten zij zelden na , 'er gebruik van te maaken. En deeze eerzugt is wettig , wanneer zij Bondgenooten en geene Onderdaanen zoeken te verkrijgen. Zou het gedrag , 't welk de Staaten, in dit Buk, en in hunne Onderhandeling met de Koninglijke Nederlanden hielden, geheel belangloos geweest zijn? Of zou men veeleer reden hebben, om te gelooven, dat zij vreesden, door de verbintenis met Gemeenebesten , voordeelig tot de fcheepvaart gelegen , de vrugten , welken zij van hunnen wijduitgeBrekten Handel inzamelden , en verwagtten van de tochten na de Indien, te zullen moeten deelen ? Misfchien ftrekten zij ten fpeelbal van de Staatkunde des Graaven van Fuentes , die, ondanks de vooringeno-

men-

(*) Reyd, IX. B.bl. 250-252. Bor, XXXI. B, bl. p» Meteren, XVUI. B. f. 33i-S33B 3

Mauriï»,

Sluiten