Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 345

een volijverig Roomschgezinden te maaken, denken, dat men zich van hem zoude kunnen bedienen , om de afgeweekene Landfehappen wedertebrengen , of het zaad van tweedragt te zaaijen, door het aandringen zijner regten regen zijnen Broeder Wurits. De Staaten , wettige reden van vreeze en agterdogt hebbende, wegens zijne overkomst, fchreeven hem,als 't ware om hem geluk te wenfchen met zijne verlos', fing; doch met de daad, om zijnegefteltenis tepolsfen, en zijne oogmerken te ontdekken. Betuigende, zich verzekerd te houden , dat hij , de Spaanfche wreedheid zo veele jaaren beproefd hebbende , nimmer iets zou beBaan tegen de Vrijheid van een Gemeenebest, gegrondvest door de wakkerheid , raad en het bloed zijns Vaders : zij voegden 'er nevens , dat de tegenwoordige Oorlog hun belette zijne komst binnen de Grenzen te gedoogen, zonder vrijgeleide, 't geen zij beloofden , hem , bij gunstige gelegenheid, te zullen toefchikken. Zeer beleefd was het antwoord van dien Prins, die verklaarde, niets te zullen beftaan , dan 't geen tot genoegen van beide de Partijen flrekte ; doch in 't zelve repte hij geen enkel woord van zijnen Vader. Vervolgens ziende, dat hij bij de Spanjaarden , uit hoofde van zijne geboorte , en bij de Bondgenooten, ter oorzaake van zijne Godsdienstbelijdenisfe, verdagt was , koos hij de partij , om zich in geene Staatszaaken te mengen , en een bedrijfloos leeven te lijden , beBaande van een inkomen , hem door Maurits en zijne Zuster,

Mauritj.

Sluiten