Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45® GESCHIEDENIS

Maurits.

Mede makkeren, en dus de Hagen van den Vijand beter aftewceren. De Koningfchen fcheenen vast beIlooten te hebben, niet aftelaaten. Tot aan den Wal doorgedrongen, eischte de Aardshertog de Stad op. Men gaf eerst moedig antwoord. Maar de Bezetting, vreezende voor de gevolgen van een langduurig beleg, en, wanhoopende , een Vijand, zo verbitterd, te zullen kunnen afweeren , raadde den Graaf van Solms , Bevelhebber der Stad , tot daadiging. De Graaf zelve , gewond , oordeelde , hier toe te moeten verflaan , ondanks de tegenverklaaringen van Matthijs Held. De Stad werd, op den achttienden van Oogstmaand , overgegeeven. De Aardshertog was zeer in zijn fchik met het eindigen deezes belegs, 't welk hem begon tegenteflaan , en bij 't welk hij niet minder dan vijfduizend Gemeenen en zestig Overften verlooren hadt (*).

Naa deeze vermeeBering , begaf Albertus zich na Brusfel, waar hij ontvangen werd met'degrootfte toejuichingen : men zag hem aan voor den Man, door de Voorzienigheid gefchikt, om's Konings zaaken in de Nederlanden te herBellen, en als den Her. brenger van 't geluk , 't welk , zints zeven jaaren y de Spaanfche zijde fcheen verhaten te hebben (f).— Dan de Staaten waren zeer gevoelig wegens een verlies, 't welk hun ontzette van de brandfehattingen over Vlaanderen: die van Z?«/Wkonden den Graave

van

(*) Bor , XXXIII. B. bl. 39 — 50. Groth Hifi. p. 248. (t) Grotii 'Hiü. p. 254.

Sluiten