Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 357

éènigde Nederlanden niet buiten dugten. Zints het bemagtigen van Kamerijk, Calais , Ardres, Hulst enz. hadden deeze drie Staaten den band der verééniginge nauwer toegehaald, en elkander onderlingen bijftand verleend: dan 't was niet vreemd, dat, in zulk eene Verbintenisfe , de een misnoegd werd op

den ander. Elizabeth, wier jalousy en heb-

lust met haare jaaren toenam, liet niet af, den Staaten de beweezen weldaaden te verwijten, en denonderlbnd, welken zij den Koning van Frankrijk verleenden, euvel te duiden : haar misnoegen betoonde zij door het herhaald wedereifchen der opgefchootene Gelden. Zij deedt het niet, om dat zij met de daad Geld behoefde, doch fchiep vermaak, in de Siaaten hunne afhanglijkheid te doen gevoelen. De Staaten zouden, om zich van die lastige aanzoeken te ontflaan, deeze fchuld hebben kunnen betaalen , doch Staatkunde verboodt zulks: zij moeften de Koningin op haare zijde houden, door de vrees , dat zij haar Geld zou verliezen, wanneer zij, uit hoofde van gebrek aan bijftand , zich aan den Spanjaard moeften

overgeeven. Daarenboven hadden zij veele be-

zwaaren tegen haar intebrengen: ook beklaagden zij zich over Hendrik den IV, die hun de Krijgsmagt, tot het verdeedigen van Hulst gefchikt , niet hadt toegezonden. De Koning van Frankrijk verweet, van zijnen kant, den Staaten het verlies van Kamerijk, Calais enz. Hij liet geenzins af, hen te dreigen , eenen afzonderlijken Vrede met Spanje te zullen fluiten. De vrijfpraak, welke deeze Vorst van C 5 den

Maurits.

Sluiten