Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLAND ÉN. $*<

\ntkomste open , dan dat zij den zoen zogten met Philips, wiens trouwe en goedertierenheid hij hemelhoog verhief. Om te meer klems aan zijne bemiddeling te geeven , fprak hij van een verbod des Handels op Poolen, indien de Staaten zijne voorflagen van de ha'id weezen. Zij antwoordden , nia eenig beraad, dat, aan den eenen kant, dé Oorlog, welken zij met Spanje voerden,regtvaardig, en,aan den anderen kant, de Vrede met dat Rijk vol gevaars was; weshalven zij tot geene Onderhandeling verdaan konden : en , wat de voorgedelde bedreiging betrof, gaven zij te kennen , dat, itidfen Poolen kon goedvinden, het Regt der Volken te fchenden , zij zo wel de Vrugten van dit Koningrijk, als dit Rijk hun Geld, konden ombeeren (*). • Naa demaal deeze Gezant, zo Wel als de Afgevaardigden van Deenemarken , zich beklaagde over de gewelddaadighederi , gepleegd aan de Schepen, na Spanje vaarende, oordeelden de Staaten, die van Holland in 't bijzonder, dat de Scheepvaart geheel vrij behoorde te wcezen. Zij begreepen, dat het de uiterfte onregtvaardigheid zou weezen , onpartijdigen Volken eenen Handel te ontzeggen , dien zij zdven, fchoon Vijanden, dreeven (f). De Deenen en Poolen waren over deeze toegeevenheid te meer in hun

fehik,

(*) Grot. Hifi. p. 283. Bor, XXXIV. E. bl. 39. Refol. Holl. 1597. lil. 337. 338. 345.

(t) Grotii Eist. p. 280". Boa, XXXIV. B. bl. 45, fc.

IVDeel. 2. SU %

Mauritj;

Sluiten