Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 383

andlijkheden te doen volduuren, en dus groote voordeden van den Oorlog trokken : de Handelaars volgden het begtnzel van belang; en de Regeering, ziende, dat, naa den Vrede te Vervins, de Vijand even goed uit Frankri k toevoer kon krijgen, was te verflandig, om den Handel op Spanje te belemmeren.

De Keizer, de, Duitfche Vorften, en verfcheide Rijksfteden poogden desgelijks den Vrede te bewerken , vrijgeleide verzoekende voor een aanzienlijk Gezantfchap : 't werd heuslijk geweigerd. Op de bedreiging , in Duitfche Brieven , dat niemand de Majefteit des Rijks ongeflraft zou hefpotten , gaven de Staaten fchrü'tlijk ten antwoord : „ dar de eerbied „ voor het Duitfche Rijk alleen hun tot het doen der ,, weigeringe bewoogen hadt, opdat men de moei-

te eens vergeeft'clieii Gezantfchaps zou bclbaaren : „ niemand hadt beter kennis van hunne zaaken, dan „ zij alieen (*)."

Thans zogt men een einde te maaken aan de hoogloopende gefchillen , tusfehen Hollend en Zeeland, over de Verlofgelden. Leicesteu hadt, in den jaare MDLXXXVI, om den invloed van Prins Maurits, als Admiraal-Generaal, te verminderen, drie Admirahteits-Hoven doen aanflellen. De nieuwigheid werd bij diens vertrek veranderd. De Algemeene Staaten vormden, in den jaare MDLXXXVIil, een Opper-Admiraliteits Collegie over de Veréénigde

Ge-

O) Bor , XXXIV. B. bl. 46. 48. Refol. Hol!. 1557. tl- 342.

E a

Maukitï;

Handel mee her. Duitfche Rijk,

Onlusten, tusfehen Holland en Zeeland,over 'c heffen der Verlofcelden,enchikking Ier Admialiteits^olleüen.

Sluiten