Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4o6 GESCHIEDENIS

MAURITS'

OverdragtderNederlandenaan de Infante

IZABELLA.

benden meer uit Engeland te wagten , doch behielden de nu in dienst zijnde , en 't ftondt hun vrij, meer volks te werven. Wat den bepaalden onderfland, dien zij Engeland moehen toefchikken, aanbelangt , 't was zeer te denken , dat dee^e dienen zou tegen Span e, en dan zou zulks , meer of min, ten hunnen voordeele ftrekken , en althans het tooneel des üorlogs van hunne Grenzen verre verwijderen. Eindelijk nam het beding, dat de Engelfche Soldaaten den Staaten zouden zweeren , en onder Nederlandfche Legerhoofden ftaan , als mede het op één verminderen van de item der Engelfchen in den Raad van Staaten, geen gering gedeelte weg van den oivrustenden en heilloozen Engelfchen invloed, dien Leicester hier hadt doen ftandgrijpen, en die leevendig gehouden was üoor de listige Staatkunde van Elizabeth.

Het gelukkig fluiten van dit Verdrag, gevoegd bij den vriendelijken bijftand, dien de Staaten uit Frankrijk begondeu te verwerven, verzekerde de Veréénigde Nederlanden tegen het zonderling befluit des Konings van Spanje , om dezelven weder onder 't juk te brengen. Die Vorst hadt , eindelijk , bepaald, van zijne heerfchappij over de Nederlanden, ten voordeele zijner Dogter en aanftaanden Schoonzoon , afteftaan. In de Brieven van Overgave verklaart hij, tot dien ftap gekomen te zijn, om dat de Nederlanders , tot het wel waarneemen der tegenwoordige Regeeringe , of tot bevordering van den Viede, hunnen Vorst bij zich behoorden te hebben.

m

Sluiten