Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 4.09

Eigenaar kan zijn van zijns gelijken ? Refchaafde Volken hebben altoos een grootonderfcheid gemaakt tusfehen een Vorst en een Overheerfcher: de Regeering, 't zij aan geregelde Vergaderingen , 't zij in 't algemeen aan één Mensch toevertrouwd, is eene Bediening, geene Heerfcbappij. De.Vorst is een Dienaar des Volks, 't zij hetzelve hem de beftuuring in handen gegeeven , 't zij het, om de ongelegenheden, aan de verkiezing vast , te ontgaan , en een Hoofd te hebben, 't welk geen ander belang heeft, dan

het hunne, de Regeering erflijk gemaakt heeft.

Deeze gronden der Maatfchappije moeften bijzonder dierbaar weezen in de Nederlanden , waar de Vorften, ten hunnen voordeele, niet konden bijbrengen het barbaarsch regt der Overwinninge, noch de laage onderwerpingen van een Volk, door llaavernij vernederd , doch waar hunne magt bepaald , door Wetten omfchreeven , en bezwoorene Verdragen, wederzijds beperkr was.

De Brieven, door de Infante aan den Aardshertog 1 gezonden , om hem te volmagtigen tot het aanvaar- ^ den der Heerfchappij in haaren naam , leeden ook 1 veel tegenfpraaks van de Misnoegden , die beweer- f den, dat zij zelve moest overgekomen zijn, om den „ teugel der Regeeringe in handen te neemen. De I Aardshertog , vreezende voor een opftand , vulde Brusfel op met Krijgsvolk, en vondthet raadzaam, geene volle Vergadering, maar alleen Afgezondenen

der

(») Grotii HM. p. 320-324.

Maurits.

Llberus aanaardt de leer:happij1 den aam der ifante.

Sluiten