Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. N EDËRLANDE N. 42?

rug , en op de Rusfifche Kust. Heemskerk ontmoette, in Itede van de verwagte open Zee, niets dan vervaarlijke ijsfchotzen: en, vreezendehier door bezette worden, keerde hij het roer, maar te laat: zijn Schip geraakte in 't ijs beklemd: zij moeiten het verlaaten, en op Nova Zemblafo in eene opgellage Hut, overwinteren. Niet alleen hadden zij, op dit onbewoond Gewest, veel van de felfte koude te lijden, maar liepen ook groot gevaar, zo lang de Zon boven de kimmen was, van de groote witteBeeren: de Zon verliet hun tweeëntachtig dagen. In deezen langen nagt moeften zij veel ongemaks verduuren: eenigen bezweeken 'er onder. Willem Barendsz., de Opperftuurman , die de twee voorgaande Reizen mede hadt bijgewoond , ontviel zijne Tochtgenooten, toen zij, in opgeboeide Sloepen , de terugreis aanvaardden, en, met veel moeite, te Kola in Lap' land kwamen, waar zij, overéénkomttig met het berigt van eenige Rusfifche Visfchers , Rijp vonden , met wiens Schip zij in 't Vaderland wederkeerden (*). Deeze Noordfche Tochten hebben , hoe vrugtloos ook, ten aanziene van het hoofdoogmerk, afgeloopen, veel toegebragt tot de nadere kennis aan deeze weinig bezogte Streeken, en de]Walvischvangst, daar, vervolgens, voortgezet.

AHf

(*) Eerfte, tweede en derde Scheepstocht NoordSm. Grot. Hifi. p. 269 enz. Bor, XXXI. B. bl. 69. 70. XXXII. B. b!. 16. XXXIV. B. bl. 32. 37. Meteren f XIX. B. f. 358. Refol. Holl. 1596. bl- 86. 139.

Maurits.

Sluiten