Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits.

Poogingen der Spanjaardenin

Duitsckland tegen de Staatfchen,

456* GESCHIEDENIS

Meefters belang betrof: hij ftelde zijn roem in een vijand der Ketteren te weezen, en durfde betuigen, van de Voorzienigheid gezonden te zijn, om de Godloosheid , en allen , die dezelve begunstigden , te verdelgen (*).

De Keizer, getroffen door deklagten, bijhemuitgeftort, over zo veele en zo geweldige inbreuken op den Vrede en het Itegt der Volken , ontwaakte uit zijnen flaap: hij liet een Bevelfchnft uitgaan , bij 't welk hij en den Spaanfchen en den Staatfchen geboodt, de Rijkslanden te ruimen. De beledigde Vorftenlieten niets onbeproefd, om hetgeheeleRijk', of althans de nabuurige Kreitzen, die het meefte gevaar van overlast fcheenen te loopen, in hunne zaak te doen deelen. Maar , door langduurige bedrijfloosheid traag geworden , en opgehouden door de weinige overéénftemming der onderfcheidene Leden; viel het zeer bezwaarlijk , het logge lichaam des Duitfchen Rijks in beweeging te brengen. Verfchillende belangen maakten de raadpleegingen langwijlig, en de Spanjaarden vonden ligt middelen, om de werking van dat traagloopend en zo zeer zamengefteld werktuig te fluiten. Voor zich hadden zij de Catholijke Vorften , die , nevens den Keizer , het komen tot geweldige uiterften wraakten. Op hem vertroHwende , gaven zij zich over tot het pleegen van nieuwe ongeregeldheden , ontweldigden den Proteflanten de Kerken , welken zij ter Catholijke

Gods,

(*) Grotii HUI. p. 355-35?.

Sluiten