Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits»

46a GESCHIEDENIS

Noue, noch de twee duizend Duitfchers, die Graaf Ernst van Nasfau zou werven , noch de duizend Zwitzers, die uit FranfchenmStaatfchen dienst zouden overgaan , aangekomen waren, moest hij, met vierduizend man , den overtocht des Tsfels, den Rhijn ter flinker- en rechterzijde , beneden zo wei als boven, bewaaren , tegen een magtigen Vijand, dien hij niet wist waar dezelve zou aanvallen. Tot vermeerdering zijner verlegenheid , hadt hij geene Legerhoofden bij zich , om hem te onderfteunen. De Graaven van Hohenlo en Solms onthielden zich jn Duitschland, om 't vuur des Oorlogs aanteblaazen: Graaf Willem Lodewijk werd, door de Embder Onlusten, in Friesland, en de Ridder Vere in

Engeland opgehouden. In deezen hachlijken

toeftand verzekerde hij zich van Zevenaar, Lobeth, en andere Kleeffche Plaatzen , bij het eindigen van den jongden Veldtocht ontruimd, en floeg zich, op nieuws," neder in zijne'oude Legerplaats, de Gelderfche Waard. Van de oogmerken des Vijands onzeker, en die wantrouwende, deedt hij overal Bruggen over de Stroomen leggen, en ftelde Baaken op de Oevers , om te fpoediger kundfchap te kunnen krijgen en medetedeelen. De Bezetting van Schenkenschans verfterkte hij: en, dewijl de ligging van't zelve in een laag land de kogels belette de gewenschte uitwerking te deen, liet hij eene hoogeropgehaalde Batterij aanleggen: het vuur, daar gemaakt, vernielde vierhonderd man in Mendoza's Legerplaats. De Vijand, ten zelfden tijde afgemat door de Ruiterij

Sluiten