Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 4S7

tijding te hebben van den uitflag des gevegts : ook deedt hij al dien tijd niets anders , dan bidden, dat zijne Broeders de zege mogten behaalen (*).

De Vlugtelingen der verllagene bende van Ernst van Nasfau hadden fchrik en kommer te Oostende medegebragt. De Afgevaardigden der Staatm waren ten prooije der knaagendfte ongerustheden. Het berouwde hun , het Leger des Gemeenebests in zo hachlijken toeftand gebragt te hebben : hunne vrees vermeerderde, wanneer zij het bulderen des Gefchuts hoorden. Met zeven Ruiterbenden, nog in Oostende gebleeven, zouden zij den Vijand in den ftaart hebben kunnen vallen , of den hertocht affnijden, en bijkans het geheele Leger gevangen neemen; maar de vrees was zo groot, dat niemand buiten de Stad durfde gaan: zij fleeten hetmeerendeel van den dag met bidden. Doch, wanneer zij, 's ande¬

rendaags. Prins Maurits,', met de Vaandelen , de Gevangenen , en andera tekenen der behaalde overwinninge te Oostende zagen, was hunne vreugd des te grooter (f). —. De Admirant Mendoza werd met alle onderfcheiding behandeld. Dan de wreedheden , door hem , nu zes maanden geleden , gepleegd, lagen nog te versch in 't geheugen, dan dat zijn tegenwoordig ongeluk den algemeenen haat en verontwaardiging zou bedwingen. Men hadt moeite,

(•r) Grot. Hifi. p, 3^0 enz, Bor Auth. Stukken, IV, D. bl. 14. Reyd, XVII.B.fol.426. AuBERYÜfm.p. 230.

(I) Rüyd, xvii.B. bi. ^27.

Maurits.

Gevolgen deezer Ovcrwiuninge.

Sluiten