Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ber NEDERLANDEN. 495

geboorte aanzienlijk, en met dé Krijgsmagt bekleed, begon hij te dugten , dat de Prins na de Opperde Magt in 't Land ftondt, althans na meerder gezag, dan hij tot nog bekleed hadt (*). Hij herinnerde zich mogelijk de kleine Steden van Griekenland, die nimmer haare Veldlieeren roemrijke daaden zagen uitvoeren, zonder voor haare Vrijheid te vteezen. —& Wat hier van zijn moge , vast gaat het, dat , ten deezen tijde, niet alleen tusfchen de Gewesten, maar ook tusfchen Maubits en de Staaten, een openlijk misverfhnd plaats hadt, en wel van zulk een aanbelang, dat Elizabeth haare poogingen aanwendde, om hun lot ééndragt te veimaanen (f).

Het misnoegen des Volks tegen de Staaten groeide bet aan door de ftrenge wijze, op welke zij de Ingezetenen van Groningen behandelden.' Deeze Stad weigerde, ondanks de Voorregten, welken zij , ten achterdee'e der Ommelanden, verkreegen hadt, haar aandeel in de algemeene Belastingen optebrengen. De Burgers hielden het voor eene groote verongelijking, dat de Huizen , onder eene Vrije Regeering, zouden belast worden, daar men 'er, onder de Heerfchappij des Konings , niets van betaald hadt. De Algemeene Staaten, vrugtloos middelen van overreding te werk gefteld hebbende, vreesden, dat zulk een voorbeeld van wederfpannigheid jammerlijke gevolgen

(*) tVaaragtige Hist. van J. van Oldenbarneveld J bh 407. (fi Bor, XXXVII. B. bl. 43. IV. Deel. 2. St. M

Maurit*

Onlustèri te Groningen.

Sluiten