Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5q6*

GESCHIEDENIS

Maurits.

Groota muiterij onder't Volk des Aardshertogs.

ti'ret te eindigen , zonder iets te beftaan , belegerde hij Graave, in 't gezigt des vijandlijken Legers , 't welk hem volgde. Mendoza wendde vergeeffche poogingen aan, om verfterkingen in de Stad te brengen: en de Bezetting moest, na eene belegering van twee maanden, zich overgeeven. Maurits deedt zich in deeze Vaderlijke Stad , eene Heerlijkheid van Prins Willem , inhuldigen , dankte het Hoogduhfche Paardenvolk af, en liet zijne overige Benden de Winterlegering betrekken (*).

Deeze Veldtocht , als mede de muiterijen der Spaanfche Kiijgsknegten , bragten veel toe tot het vertraagen des belegs van Oostende. Vreemd is het, dat de Spaanfche Staatsdienaar, die zo dikwijls zijne ontwerpen verijdeld gezien hadt door de opftanden zijns Krijgsvolks , geene kragtdaadige maatregelen nam, om ze te'voorkomen. Een gedeelte der Krijgsmagt des Aardshertogs , vergeefsch de achterftallen derfoldije gevorderd hebbende, rechtte ééne der gevaarlijkfte opftanden aan in de Oostenrljkfche Nederlanden. De Muitelingen legerden zich eerst te Heimondt en wierpen zich, naderhand, met bewilliging

der

Staate vierhonderd eenëntachtigduizend Ponden van veertig grooten ter maand, van alle de Gewesten, gevorderd, waar in het aandeel van Holland 277746 Ponden en 13 Schellingen beliep , behalven nog verfcheide groote fommens tot vervulling van bijzondere kosten. Refol, Holl, 1601, bl. 393.

(•) Meieren, XXIV. B. f, 452.455*

Sluiten