Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits.

518 GESCHIEDENIS

te onderneemen; doch zijn nog fchuldig , een kon verflag van deeze gedenkwaardige gebeurtenis optegeeven.

Oostende, tusfchen Sluis en Nieuwpoort gelegen * was langen tijd eene opene Plaats , door Visfchers bewoond. De Hertog van Alva heeft dezelve met een Muur en Vestingwerken omringd. Zints den Gent/eken Vrede , bleef de Stad den Staaten getrobiw. Zij hadden ze zo wel verfterkt, dat de Hertog van Parma, in den jaare MDLXXXIII, daar het hoofd voor ftootte , en de Heer de la Motte zich ook genoodzaakt vondt, het beleg optebreeken. Naa dien tijd werden de Vestingen nog verbeterd. Alle deeze Werken, gevoegd bij de ligging der Stad,aan den Zeekant, te midden van een Moeras en verfcheide Wateren, fcheenen dezelve onverwinbaar te maaken. Voeg hier bij , dat men het voor een onbetwistbaare grondregel in de kunst des Oorlogs hieldt, geene Plaats aantetasten , welke men den toevoer niet kon beletten. Van den aanvang des belegs af, hadden de Vijanden de Stad nauw ingeflooten, doch zij werden afgeweezen door de Bezetting, onder het bevel van Carel van der Noot , en genoodzaakt zich meer te verwijderen, om het gefchut en de uitvallen te ontwijken, 't Belang deezer Plaatze vorderde eenen Bevelhebber van de uitfteekendfte bekwaamheid en hoog gezag: de Koningin Elizabeth hadt den Ridder Vere voorgeflaagen, en de Staaten droegen hem dit Bevelhebberfchap op, inhoope,dat die Vorfiin hun kragtdaadigen bijftand zou toefchik-

ken.

Sluiten