Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits .

526 GESCHIEDENIS

om binnenwaards nieuwen aanteleggen , en, laatstlijk, één, om de oude Stad, welke zij den naam gaven van Nieuw Troije , als zou dit beleg tien jaaren duinen: doch dit hadt, te los zijnde, van het water veel te lijden. De Veréènigde Staaten en Maurits oordeelden het noodloos, eene Stad, die als een ledig erf geworden was , langer te verdeedigen. Daniël de Hartaing voerde 'er thans het bevel, de Opvolger zijnde van den Heer van Gitelle en Jan van Loon , beiden gefneuveld. Hij kreeg verlof, om met den Vijand te verdraagen, 't welk , op den tweeden van Herfstmaand, gefchiedde. De Bezetting, beftaande uit drieduizend Knegten , trok met alle Krijgseer uit, en na Sluis , waar Maurits ze, niet als Verwonnelingen , maar als Verwinnaars ontving. De Aardshertog en de Infante gingen het bemagtigd Ooftende bezigtigen , maar vonden die Stad een puinhoop van ingeftorte Huizen en omvergefchooten Muurwerken, alles dermaate verwoest en omgekeerd, dat men niet zien kon , welken tot aanval, en welken tot verdeediging gediend hadden. Op het gezigt van dit rampzalig overfchot des verdelgenden Oorlogs konden zij zich niet van traanen onthouden: de Huizen der oude Stad (tonden alleen overeinde ; dan de Ingezetenen , die 't lot van de plaats hunner inwooninge hadden afgewagt, begaven zich allen na Sluis, derwijze, dat Oostende geheel ontvolkt wierd: en, ondanks de toezeggingen, den genen gedaan, die 'er zich ter woon wilden nederzetten, leedt het langen tijd, eer eenigen dit too-

nee.1

Sluiten