Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 541

voor den tijd van éénentwintig jaaren verleend, fchonk aan de nieuwe Maatfchappij het uitfluitend Voorregt, om beoosten de Kaap de Goede Hoop en de Straat van Magellaan te vaaren: dezelve was verdeeld in zes Kamers. De Kamer van Amflerdam zou de, helft hebben in de gantfche Maatfchappij * de Kamer van Zeeland een vierde; de Kamers op de Maaze, dat is te Delft en te Rotterdam , en in 'd Noorderkwartier, dat is te Hoorn en te 'Enkhuiteni ieder een zestiende. De Eewindhebbers moeden ten minden zesduizend Guldens aandeel hebben in de Maatfchappije , uitgenomen te Hoorn en te 'Enk* huizen, waar men met drieduizend Guldens aandeels voldaan kon. Alle Ingezetenen deezer Landenkreegenregt, om, binnen zekeren tijd, deel in deeze Maatfchappij te neemen De Maatfchappij mogt Verbonden niaaken met de Indifche Mogenheden, Sterkten bouwen , Bevelhebbers en Krijgsvolk aanneemen, mits zij den Staaten en der Maatfchappije Eed deeden (*). .—, De hoofdfom,in deeze Maatfchappij ingelegd , wordt van zommigen op zesenzestig tonnen fchats berekend (f) ; doch zij beliep, volgens eene juister opgave , vierënzestighonderd veertigduizend en tweehonderd Guldens (§). Deeze

Groot Plahaatb. I. D. bl. 529.

(t) fagin en voortgang der Oost - Indifche Compagnie, I. D. Inl. bl. 12.

(§> Tegenwoordige plaat der Ferêén. Nederlanden, bl. 429-

IK Deel. 2. St. p

mauiüt&

Sluiten