Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 561

iets te winnen , maar alles zogten te laaten in den ftaat, waar in het toen was (*).

In de Veréènigde Gewesten waren de gevoelens op het ftuk des Vredehandels zeer verfchillende. Een groot aantal hadt den haat tegen den Spanjaard als met de moedermelk ingezoogen: zij Melden vast,dat men nooit eenen eerlijken Vrede kon verwerven : en zagen alle Onderhandelingen , daar toe ftrekkende , aan als zo veele valftrikken , voor Vrijheid en Godsdienst gefpannen. Anderen , beter onderrigt

van den ftaat der zaaken , twijfelden niet, of men zou, door tusfchenkomst van Frankrijk en Engeland, van Spanje zekere en voordeelige Voorwaarden kunnen bedingen; doch zij befchouwden den Oorlog als een onuitputbaaren bron van rijkdommen , bovenal ter oorzaake van den opgang, dien de Handel in de Indien maakte; zij vreesden, dat de Vrede den moed zou cloen verflappen, en zaaden van inwendige verdeeldheden kweekèn , die aan werk- en waakzaame Vijanden gelegenheid zouden verfchaffen, om door list of geweld de oude Regten te doen gelden. Deeze bedenkingen kwamen onbetwistbaar voor aan Prins Maurits , wiens roem , voordeel en gezag belang hadden bij den Oorlog; deeze bedenkingen omhelsden de Kiijgsoverften, en allen, die regtftreeks, of van ter zijde , hun beftaan vonden uit hetgeen,

tot

(*) Negotiat. de Jeannin, Tom. I. p. 3, Re/al. Hollr 1637. bl. 38. Meteren, XXVIII. 13. f. 532,

Q3

Maurits.

Verfchillende gevoelensover den Vredehandel, in de Veréènigde GeViest en.

Sluiten