Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

566

GESCHIEDENIS

Maurits.

Aanmerkingenhierop.

Eene Wapenfchorfirjg, onder zekere bepaalingen , aangegaan.

„ maaken, en elk blijven bezitten, 'tgeen hij te„ genwoordig bezat, of men moest, van wederzij„ den, te raade worden,' eenige Steden of Land„ fchappen te verwisfelen (*)."

Deeze erkentenis was niet vrij van dubbelzinnigheid , of nauwkeurig uitgedrukt. Het handelen met de Staaten, als dezeiven houdende voor Vrije Volken } kon, en voor eene regelregte erkentenis van derzeiver Vrijheid genomen worden, of alleen betekenen, dat men hun, ftaande de Onderhandeling, als Vrijen zou aanmerken. De verklaaring, van niets teeifchen op de Veréènigde Gewesten , was even min eene volledige erkentenis, dat men hier toe geen regt hadt; maar duldde de uitlegging, van 't geen men daadlijk deedt, zonder bepaaling van 't geen men ten eenigen tijde zou kunnen doen. De dubbelzinnigheid deezer uitdrukkingen ontglipte het oog der Staaten niet: dan zij vonden het ongeraaden, over woorden te ziften : ze opvattende in de betekenis, waar in de Verklaaring gevraagd was , behelsden ze het verlangde punt , en ftrekten tot eer van den Staat.

De Staaten , verzekerd, dat zij ter zee volkomen meefter, en ten lande, in Ruiterbenden,defterkften waren, vonden goed, eene bepaalde Wapenfchorfing aantegaan, voor den tijd van achtmaanden: geduurende deezen tijd , zou het niet geoorlofd zijn , eenige Stad of Sterkte te belegeren , eenige inval of

in-

(*) Meteren , XXVIII- B. f. 532 enz. Refol. Holl. x6o7> bl. J7.

Sluiten