Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bür NEDERLANDEN. 573

Zoon tot Bruid beloovende, met de Nederlanden, welken hij, naa 's Aardshertogs dood, aan haar zou nfltaan tot een Huwelijksgoed: en dat die Vorst, in de hoope van een Land te zullen krijgen, waar in hij reeds eenige Steden hadt, zints den jaare MDC VI, den Staaten wegen van bevrediging voorftelde, onbeftaanbaar met hunne Onafhanglijkheid. Deeze gewigtige kundfchap , gepaard met de aanzoeken der ijverige Catholijken, die Hendrik dwongen , om van zijne verbintenis met de Ketters afteftaan , of eenige voordeelen te bedingen, die tot vergoeding (trekten van de verbaazende Geldfommen, hun opgefchooten, als mede zijne begeerte , om een Vólk ,\'t welk zich reeds tweemaalen , zedert de gereezene Onlusten, aan Frankrijk hadt willen onderwerpen , aan

zijne Kroon te hegten. Dit alles bewoog den

Koning van Frankrijk, om zich aantekanten tegen de oogmerken des Engelfchen Hofs (*). Hij maakte een aanvang met eenige Steden tot pandfchap te willen eifchen voor de zekerheid der verftrekte Penningen. „ Maar," Zegt Süllv , een Staatsdienaar, die de Vriend en Vertrouweling des Konings was , ,, de Algemeene Staaten, naa den ftegtenuitflagder „ laatfte Veldtochten, ziende , dat de groote Staa„ ten groote redmiddelen hebben, en de kleinen ras „ uitgeput zijn, zouden veelligt befluiten, om niet ,, alleen Pandfteden aan den Koning te leveren,

„ maar

(*) Negotiat. de Jeann. Tom, I. p. 24. 253. Süllv Mem. Tom. III. p. 108. Ed. 166a in Fol. If Deel. a. St. R,

Maurits»

Sluiten