Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5?o GESCHIEDENIS

gen hieldt (*). Hendrik de IV. liet de zaak za geheel op deezen Onderhandelaar aankomen, dat hij hem maar een algemeenen last gaf, en Villeroi hem fchreef, dat de Koning alles aan zijne befcheidenheid en voorzigtigheid vertrouwde (f). Jeannin beantwoordde aan dit vertrouwen.

Ter Algemeene Staatsvergadering toegelaaten, haalde hij eerst, in 't breede, op, de diensten,door den Koning, zijnen Meefter, aan de Staaten beweezen; klaagde over de verdenking van het dingen na de Heerfchappij over de Veréènigde Gewesten, waar in men den Koning hadt zoeken te brengen; merkte het voor eene ondankbaarheid aan, dat men' zich dus verre in handeling met den Vijand hadt ingelaaten, zonder zijnen Meefter te kennen : ten flot verklaarende, hoe zijne Majefteit, door het zenden van dus een Gezantfchap , toonde , dat hij niet gezind was den band van vriendfchap te verbreeken; maar den Staaten , bleeven zij in Oorlog, zijne hulp kwam aanbieden , of anders zijne poogingen wilde aanwenden , om hun een voordeeligen en eerlijken Vrede te bezorgen (§).

Vervolgens zogt hij de geneigdheid der voornaamfte Perfoonen te toetzen : en geliet zich , om de oogmerken te ontdekken , als of zijn Meefter meest

ten

(*) Ncgetiat. de Jeannin, Tom. I. auCommenceraent. Grot. Hifi. p. 517. 't Leeven van H. de Groot, bl. 311» ' (|) Ncgotlat. de Jeann. Tom. II. n.474. (§) Zie aldaar, Tom. I. p. 116.

Maurits.

Sluiten