Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

582

GESCHIEDENIS

Maurits.

Maurits en Oldenbarneveld , de Hoofden der twee Partijen , reezen hoogloopende gefchillen. De Prins, van eenen vuurigehen driftigen aart, kon niet dulden, dat zijne oogmerken gedwarsboomd wierden door een Man, in geboorte en afkomst zoverre beneden hem. De gevoeligheid verblindde hem dermaate, dat hij zomtijds zich uitdrukkingen liet ontvallen , hoogtsbeledigend voor de braafheid eens braaven Burgers. Men wil , dat hij ééns tot het uiterfte kwam , om hem openlijk te heeten liegen , teffens de hand opligtende , om hem te flaan (*). Oldenbarneveld , bij zichzelven gerust, dat hij het heil zijns Vaderlands bedoelde , en vastgaande op de Regeering der meefte Steden , zette zijn plan onverfchrokken voort; en, fchoon hij,doorgaande, van den Prins eerbiedig fprak, gaf hij, zomtijds, te verftaan, dat de Stadhouder voor den Oorlog ijverde, om daar door tot hooger gezag in den Staat opteklimmen. Jeannin poogde, menigwerf, deeze verdeeldheid te weeren, den Prins en Oldenbarneveld goede gedagten van elkanders oogmerken inteboezemen; doch, fchoon dit , voor eenen tijd, gelukte, welde de bron van onéénigheid fteeds weder bittere wateren op (t> Jacobus, Koning van Engeland, befchouwde

mis-

(*) Aubery Mem. p. 293.

(f) Negotiat. de Jea.\nin , Tom. I. p. 9®- i°4- I05. 112. 159. 171. i8<5. 313. «53. 258. 33t. 336' 373.

Sluiten