Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

#4

GESCHIEDENIS

Maurits.

Brief van den Kei zer Ru-

DOLl'Ii.

al: de anderen betekenden niets, of deeden alleen, wat zij door zijn aandrift uitvoerden (*)•

Ondertusfchen hielden alle de Mogenheden van Europa het oog geflagen op deeze gewigtige Onderhandeling : en dezelve maakte op hun verfchillende indrukken, naar maate hunner oogmerken en belangen. De Keizer beweerde , dat de Veréènigde Geweften niet onafhanglijk konden verklaard worden, zonder zijne toeftemming: hij fchreef hun een'Brief, waar in hij zijne regten ophaalde, de Staaten herinnerende, dat zij tot het Itoomfche Rijk behoorden, en Leenroerig van 't zelve waren : hun waarfchouwende, om, zonder hem vooraf te kennen, niets te

onderneemen,'t welk metdeLeenwettenftreedt. >

Men weet , hoe deeze Keizer de Rijkswetten verwaarloosde , en zich zijne Erllanden liet ontneemen door zijne Broeders, de Aardshertogen, den tijd verkwistende met Kwakzalvers, gewaande Tovenaars, en zoeken van den Philofophifchen Steen. De Staaten verwaardigden hem , in 't eerst, niet met eenig antwoord; en 't was, naa 't verloop van drie maanden , dat zij bem fchreeven , hoe hunne Oniifhanghjkheid reeds , zints lang , gewettigd was door de regtvaardigheid hunner zaake, door den voorfpoed

hunner

(*) TStegotiat. de Jeann. Tom. I. p. 199- 4°3- Bem. TiVOGL. Tom. IV. p. 454- Publ. Angl. Tom. VII.

P. II. p. 158. Grotu Bijl. p.5iP- Meteren,XXVUL B. f- 537- 538.

Sluiten