Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

%9( GESCHIEDENIS

een uitgcftrekte Plas droogtemaaken. De Beemfier, eenMeir, zeven uuren in het rond groot, en zes voeten diep , begon men,in 't jaar MDCVIII,droog te maaken: bier toe hadden eenige Perfoonen van de Staaten verlof verworven. Het werd , met veel vlijts en kundigheids in Waterwerken, doorgezet, en , in den jaare MDCXII, volbragt (*)• Dit Noordhollandfche Paradijs, zo wel aangelegd , en rijk voorzien van 't geen 't oog ftreelt, enteffens voordeel fchenkt, is een ftandhoudend blijk , zo van 't Vernuft der Voorvaderen, als van hun Rijkdom , en 't ivelbefteeden der Schatten.

In deezervoege bragten de Rijkdommen veeleer heilzaame dan nadeelige gevolgen , ten opzigte van dé Zeden, voort. Toen Louisa de Colligni zich ha Holland begaf, om Prins Willem den I. te trouwen, ftondt zij zeer verfteld over de harde leevenswijze in dat Land , in vergelijking mee Frank' rijk. Zij vondt geen hangende Karos: maar moest, van Rotterdam na Delft, rijden in een overdekten 'Wagen, zittende op een Plank, zo dat zij, als geledebraakt, na twee uuren rijdens , ter laatstgemelüe Stad aankwam (t). Wanneer de aangroeiende Rijkdom wat meer Weelde onder de Grooten invoerde, zie ik daarom het Volk niet bedorvener aan. Toen de Nederlanders, nog kloek en rustig van geHalte,

O) Meteren, XXVIII. B. f. 53$. Veuüs, Hoorn f 546. '

(t) Aubery Mem.

Sluiten