Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dér NEDERLANDEN. Co?

'ds Latijnfche Zanggodinnen met Mars te paaren (*). •De Blyenbukgen , van aanzienlijke afkomst, vereeuwigden hunnen naam door het hanteeren der Romeinfche Lier ( f).

De Redenrijkers voeren voort met de Nederlandfche Taal te befchaaven, en de Dichtkunst te verbeteren. Onder die, naa het overgaan van Antwerpen, in den jaare MDLXXXV , uit Braband en F laan■■deren, zich na Holland begaaven , vondt men veele Liefhebbers der Dichtkunste : en hunne aankomst gaf gelegenheid tot het oplichten van nieuwe Kamers. Het misbruik , 't welk zommige Kamers van hunne Tooneelen maakten, fchijnt gelegenheid gegeeven te hebben tot twee Belluiten, door de Staaten van Holland tegen hun gegeeven, in de jaarenMDXCIV.en MDXCV : want bij het Synode, in het daar op volgend jaar, te Delft gehouden, werd vastgefteld,dat -ïnen zich met deezen tegen de Redenrijkers zou behelpen, en de Overheid verzoeken , dat zij mogten geweerd worden. Niettemin moet met die Belluiten „ meer bedoeld zijn de ongeregeldheden intetoomen, dan wel het ganfche bedrijf der Kameristen te wraaken: naardemaal de Wethouderfchap eeniger Steden zich, vervolgens, van deeze Broederfchappen, ten algemeenen nutte, begonnen te bedienen. De oefening der Rederijkkunste geraakte, hoe langs hoe meer, in Holland in zwang : met den aanvang der Zeventiende

(*) Paquot Hifi. de la Litt.Tom-. IX. p.400. (f) Zie aldaar, Tom. XI. p- 8a. 85.

T -

Mauritj.

Sluiten