Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6o8 GESCHIEDENIS

Maurits.

tiende Eeuwe, wilden de Dorpen de Steden hier m niet toegeeven. Dan, terwijl de openbaai e. kunstoefening der Kamerbroederen , door 't gezag der Wethouderfchap , bij het oprigten van Gast- Armen- en Oudemannen-Huizen , werd gehandhaafd , beftoot het Hof van Holland, die ten Platten Lande , waar ze minder befchaafd was, te verbieden (*).

Spiegel , Koornhart en Visscher (f) voeren voort met de Taal te zuiveren en optebouwen. De eerfte, onze Ennius, van wien men, metOviDius, ze" gen mag: Ennius ingenio maximus ,arte rudis(§), geeft hier en daar blijken, dat hij op welluidendheid en maat, tot nog meest niet begreepen , of jammerlijk verwaarloosd, begon te leiten , en verder in dit ftuk gekomen was dan Koornhart , die'er, egter, ook vordering in maakte, of Visscher, wiens Verzen wel zuiver van Taal, maar zonder Cadans zijn. Dan alle de Amfterdamfche Poëten bleeven , over 't geheel, tot het einde der Zestiende Eeuwe, onkundig van den waaren trant en maat onzer Verzen: ook behoeft men de Achilles en Polyxena, en Thefeus en Ariadne van Hooft , op 't einde dier Eeuwe gefchreeven, üegts te leezeu, om te zien, dat hij nog aan dezelfde lamheid hinkte. Bij de Redenrijkers,

die,

(*) W. Kops Schets eener Gefchiedenis der Redenrijkeren, bl. 276. II. Deel van de Werken der Maatfck. der Nederl. Letterkunde.

(t) Zie 'c voorgaande Deel van dit Tafereel,

(§) Ovm. Trift. Lib. II. ELI. vs. 424-

Sluiten