Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gie GESCHIEDENIS

Maurits.

ten onregte de Nederduitfche Teren tiüs geheeten j was te jong, en fiieif te vroeg, om het verte brengen. Costa , een waardig Lid van de Amfterdamfche Kamer, hoe bekwaam anders, bearbeidde, naar het oordeel van Brandt, zijne Verzen niet genoeg. Vondel begon zich eerst te vertoonen , en nog laag kleefde hem de barbaarsheid en ruwheid aan : zijne ófide Rijmen niet alleen, maar geheele Werkjes van zijn eerften tijd kunnen hier van tot bewijzen dienen. IIooft was, ten dien dage , de Hoofddichter, niet alleen van zijne Geboorteftad, maar ook van zijn Vaderland (*). Wat hij met Vondel , als Grootmeefter in de edele Dichtkunst, voorts gedaan hebbe, is een voorwerp in een ander Deel onzes Tafereels. ' Dè bijgébragte voorbeelden der Mannen, die gefchitterd'hebben, door de gaven huns Vernufts , zijn genoegzaam tot wederfpreeking der zoodanigen , die deeze gaven bij uitfluiting alleen toekennen aan Volken, onder een zagter en milder Lugtltreek gelegen ,\vaar de Natuur zich in eene lachende gedaante vertoont. En wat hebben wij intebrengen tegen de Schilderfcuoolen, die, van den dageraad der fchoone Kunsten, zich met vernieuwden luifter begonnen te vertoonen , en treffelijke Meefters in allerlei foort

van

(*) Pieter Huizinga Bakker befchouwing van den ou. den gebreklijken en zedert verbeterden trant onzer Nederduitfche Verzen , in het V. Deel der Werken van de Maatfchappy der Nederlandfche Letterkunde, bl. 87 enz. Wagenaar Aatft. XI. D.bl. 212.319- 2S>°. 357- 359- 3ós»

Sluiten