Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 13

dekt hadden ; als mede , dat zij aan de Ferêénigds Gewesten geen Handil konden toeftaan , welke deri Franfchen, bij den Vrede te Fervins , en den En-

gelfchen, bij dien tc Londen, geweigerd was.

De Franfche en de Engelfche Afgezanten bleeven niet in gebreke, om zich te verzetten tegen zulk een trots voorgeeven , (taande houdende , dat het geen door 't Regt der Natuure geoorlofd, en bij geen onderling Verdrag ongeoorlofd verklaard was , als van zelve vrijftondt, en dat zij zich aan dat Regt hielden (*).

De Bewindhebbers der Oost- Indifche Maatfchapp'ije beweerden hun belang en dat des Vaderlands in verfcheide wijdluftige Vertoogen , ter Algemeene Staatsvergaderinge ingeleverd. Onder anderen betuigden zij, op 't nadruklijkst: „ Welk middel zal „ ons overblijven , indien wij beroofd worden van ,, den rijkften tak^onzes Handels? Woonagtig in een „ onvrugtbaar en moerasfig Land, zullen bijzondere „ Perfoonen de middelen van hun beltaan , en de „ Staat die tot deszelfs bloei en voorfpoed verlie„ zen. Wij vaaren reeds met twintig Schepen op „ de Kust vau Guinê, met twintig op de Kaap Fer„ difche Eilanden , met twintig op America , en ,, veertig op de Oost-Indien. Meer dan achtdui„ zend Bootsgezellen beftaan hier uit. Aan de moeis, te, gedaan, aan de gevaaren , doorgeworiteld,

„ aar

(•) GrotiiHifi. p. 534. Negatiat-de]z\^N.Tova. II p.114. I3S>. 144-

Maurits.

Reden voor de Vaart op de Indien.

Sluiten