Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eer. NEDERLANDEN.

3-i

dat ontvolking, oproer en flaavernij de onvermijdeke gevolgen van het Bedand zouden vveezen. Anderen fchilderden , met de fchriklijkfte kleuren, de wreed- en trouw'oosheden der Spanjaarden, hier en in alle de deelen der Wereld gepleegd , en lieten niet achterwege, aantemerken, dat de Vijand ter Onder-' handeliöge geene gezonden hadt, dan Italiaanen, Spanjaarden en Monniken , de bedrieglijkfte foort van Menfchen , .eer Verfpieders dan Vredemaakers. Zommigen beweerden , dat het Gemeenebest niet kon bloeijen, dan geduurende den Oorlog; dat Vrede of Beftand de bronnen van Rijkdom en Magt zou ftoppen. Hoewel deeze Gefchriften weinig indruks maakten op de Leden van Regeeringe , vêrmogten zij zeer veel op 't Gemeen. Ze werden wel bij een fcherp Plakaat verboden (*) ; doch het Jrreng onderzoek na dc Schrijvers of Verfpreiders werd voor ftrijdig met de Vrijheid gehouden , en daarom vermijd. Ook durfde men niet openlijk te werk gaan tegen de Voorftanders van een gevoelen, omhelsd door een Man van zo veel invloeds en gezags , als Prins Maurits.

Deeze Prins hadt zich te heftig tegen de Vredehandeling aangekant , om fmaak te kunnen vinden in den voorflag van een Beftand. Hij leverde een Gefchrift in , hoofdzaaklijk van deezen inhoud: 3, Dat een Beftand de Landen noodwendig moest

„ doen

(*) Meteren , XXIX. B. f. 556 - 558. Grotii Hifi. p. 54e. Groot Plakaatb, I. D. bl. 437.

MaurTO.

Redenen van Maurit? tegen het Beftand.

Sluiten