Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3* GESCHIEDENIS

Matjuits,

Aanmeren gen daar tegen

„ doen vervallen onder de Spaanfche Heerfcbapnij. ,, Dat men niet wist, of men , naa 't eindigen van

het Beftand, dezelfde Vrienden zou hebben, als „ tegenwoordig. Dat Philips , wiens fehatkist „ thans ledig was, naa het uitgaan van 't Befland, „ in ftaat zou weezen , om den Oorlog met meer „ gevvelds te hervatten. Dat de Landzaaten , aan „ de rust gewoon, zich liever onder 't juk van Span„ je zouden willen begeeven, dan de wapenen we„ der opvatten. Dat men, geduurende het Eeftand, „ geen Gelds genoeg zou begeeren optebrengen, „ tot onderhoud der Bezettingen, op de Grenzen in „ Gelderland, Utrecht, Friesland en Overijsfe!; „ Gewesten , welker Ingezetenen meest Roomsch„ gezind waren: een ftuk van veel hachlijkheids en „ inziens. Dat men , eindelijk , de beginzels van „ tweedragt begon te befpeuren in de Gewesten en ,, Steden , die, door rust en ledigheid, gedurende het „ Beftand, ftonden gevoed te worden , en, eerlang, „ zouden uitbarsten tot openbaare verdeeldheid, wel,, ke den'Vijand fchoone gelegenheid zou geeven, om „ de Snoodften, of zulken, die reeds hemwaards „ neigden, tot bevordering zijner oogmerken , om,, tekoopen (*)."

De Leden van den Staat, die oordeelden, dat de raad der uitheemfche Gezanten, tot het aangaan van een Beftand, niet in den wind moest geflaagen worden,

(*) Negotiat. ^Jeannin, Tom. II, p. 479.481.Tom.

ui. p. 143.

Sluiten