Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ber. NEDERLANDEN. 41

deezervoege hooren: „ Een Beftand voorteflaan „ was den Staat in den grond booren. Holland

en Zeeland zouden 'er nooit in bewilligen, en de „ andeie Gewesten wel dwingen, om hun te vol„ gen. Dat, als 'er flegts drie of vier Steden waw ren, die 't Beftand verwierpen, hij met dezelven „ 's Lands Vrijheid zouj verdeedigen , of ten min? „ ften eenen eerlijken dood fterven. Dat ditwensch„ lijker was , dan, door 't Beftand, binnen weinig „ maanden, flaaven van Spanje te worden, 't welk „ wel het oogmerk was van hun, die dit werk eerst

hadden aangevangen; doch 't welk hij wederftaan „ zou, al ware het met gevaar zijns leeveus." Met deeze laatfte uitdrukking oogde hij voornaamlijk op Oldf.nbarnevelo, wien de Prins van Spaanschgezindheid zogt verdagt te maaken. Jeannin betuigde den vergramden Vorst, zedig, doch teffens met nadruk, dat hij te verftandig en te braaf was, om zich van 't Lichaam des Staats te fcheiden; dat zulk een befluit hem zou bederven, in ftede van den beöogden roem te doen erlangen. Hij voegde'er verfcheide redenen nevens, gefchikt, om den Prins tot bedaaren te brengen ; doch al zijne welfpreekenheid was te vergeefsch. Maurits hadt zich dus geheel bloot gegeeven , en zijn doordringend characler teq vollen ontdekt. Hij voer voort met zijne Pattij te fterken, en nam een zonderling geval te baat (*).

Men vondt in de opene Laade eener Tafel ,

fiaan-

(*) Negotiat. de Jeannin, Tom. II, p. 504. 505.

C 5

Maurits,

Sluiten