Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50 GESCHIEDENIS

Maurits.

Gefchrift van JeanNrN , tot wederlegging van 's Prinfen Brief aan de HollandfcheSteden.

t

Bij deeze Aanfpraak", met de uirerfte aandagt aangehoord, voegde Jeannin een Gefchrift, waarin hij zijne redenen met nog meer klems aandrong , en bijzonder ftaan bleef op het wederleggen der redenen, door Prins Maurits, die thans de Vergadering bijwoonde, tegen het Beftand ingebragt, in zijnen Brief aan de Staaten van Holland (*). Hij merkte daar in op, ,, dat het Grondbezit der Vor„ ftendommen een onvervreemdbaar goed is, dat de „ Vorften, niet meer zijnde dan Beftuurders hunner „ Staaten, dezelven niet verminderen kunnen, ten „ nadeele hunner Opvolgeren, dooreenig Verdrag; „ maar hier toe alleen door geweld van wapenen „ kunnen genoodzaakt worden.

„ De erkentenis uwerOnafhanglijkheid, welke gij s, met zo veel aandrangs vordert , fchijnt te veronderftellen , dat gij gelooft, dezelve alsnog niet te „ bezitten,'en, tot het wettig verkrijgen daar van, den „ geëischten afftand noodig oordeelt. Is deeze niet „ genoegzaam veronderfteld , wanneer men met u „ handelt als met vrije Staaten, op welken men geen „ eisch heeft ? De woorden voor altoos zouden, in „ het tegenwoordige geval, niets betekenen , de„ wijl, naa 't eindigen des Beftands , het gefchil ,, weder van de wapenen zou afhangen. Vrugtloos „ zoudt gij dan u willen beroepen op eene woord„ ziftende verklaaring der uitdrukkingen, in welken

„ men

(*) Negotiat. de Jeannin, Tom. III. p. 37. Grotii Hifi. p. 546.

Sluiten