Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS

Maurits.

rende, „ dat groote Vorften dikwijls meteenonver„ fchillig oog de verongelijkingen,hunnen Vrienden „ aangedaan, befchouwden : en dat zij ook dik„ wijls redenen van Staat hadden, om de beledigin,, gen hunner Perfoonen en Onderdaanen te ontvein„ zen. Dat men zulks onlangs nog gezien hadt in ,, den Koning van Groot ■ Brittanje , die geleden „ hadt, dat men hem, zijne Gemaalin , zijne Kin-

deren en de Voornaamlten des Rijks hadt zoeken „ te verdelgen : die geweeten hadt, wie hem dee-

zen ramp hadt zoeken te berokkenen: en, egter, „ niet hadt nagelaaten deszelfs vriendfchap te zoe„ ken , en te verfpreiden, hoe hij zich verzekerd

hieldt, dat het ongeluk uit dien hoek hem niet was „ aangewaaid." Winwood vondt zich te meer gebelgd over deeze aanmerkingen , om dat ze onaangenaame waarheelen behelsden. Dan Maurits, wel verre van eene verzagtende p'eifter op deeze opengekrabde wonde te leggen, liet zich noghoonender uitdrukkingen ontvallen. Zich weinig kreunende, aan een Vorst, dien hij dagt , dat het met den Spanjaard hieldt, tn van wien hij niets te hoopen hadt in het voortzetten van zijne oorlogzugtige ontwerpen. Dewijl Koning Jacobös bekend fiondc voor een Man , wien het aan perfoonlijken moed ontbrak, liet zich Maukits hier over uit met al de vrijheid eens Kriigsmans, onder de wapens opgebragt, die allen de zodanigen veragt, wien het aan deeze eeriie hoedanigheid eens Helds mangelt. De Engêlfche Afgezant lchveef, in toorn, dit alles over

aan

Sluiten